Verschillende landschappen

De Waddenzee is bijzonder omdat het een groot en ondiep gebied is, maar vooral omdat het zo gevarieerd is. Er zijn veel verschillende landschappen te vinden. Het ene landschap gaat over in een volgend. Het is een geleidelijke overgang van een diepere Noordzee naar het hogere land, maar ook een overgang tussen zoet water uit de rivieren en zout water uit de oceanen. Ook planten en dieren hebben invloed op hoe de Waddenzee zich ontwikkelt. De natuurkrachten samen met al het leven vormen de verschillende leefgebieden, die samen één groot Waddenzee ecosysteem vormen.

Noordzee

De Waddenzee strekt zich uit tot in de kustzone van de Noordzee. Deze zone is gemiddeld 10 meter diep en valt niet droog tijdens laag water. Er leven bodemdieren die speciaal zijn aangepast aan de wervelende omgeving, waar golfslag een grote impact heeft. Met het getij wordt constant zand uitgewisseld tussen deze kustzone, de eilanden en het droogvallende deel van de Waddenzee. Dit uitwisselsysteem is van groot belang voor de weerstand van het gebied tegen veranderingen in het zeewaterniveau en tegen schade veroorzaakt door heftige stormen. Het zorgt er ook voor dat de eilanden op bepaalde delen aangroeien en op andere juist weer wegslaan.

Tussen de eilanden, via de zeegaten, stroomt water uit de kustzone twee keer per dag de Waddenzee binnen. Voedingsstoffen en levende organismen stromen of zwemmen zo vrijelijk van de ene zee naar de andere. In de kustzone ligt een bijzonder landschap dat valt onder het Werelderfgoed Waddenzee: het Borkummer Rif. Dit is een stuk zeebodem met heel veel stenen die afgezet zijn door de gletsjers tijdens de één na laatste ijstijd.

Wadden

Land

De zeegaten tussen de eilanden zijn door grote geulen met de droogvallende Waddenzee verbonden. Door deze geulen ontstaat achter elk zeegat een eigen, min of meer afgesloten, gebiedje. Met laagwater, of op een zeekaart, is goed te zien dat er nauweljks verbinding is met de naastgelegen gebiedjes. Zo ontstaan er veel mini-gebiedjes die samen de Waddenzee vormen. Tussen de diepere geulen vind je meerdere ondiepe vlaktes. De meeste vlaktes vallen twee keer per dag droog. Sommigen blijven bijna altijd onder water. Hoeveel er droogvalt is afhankelijk van het getijde, de stand van de maan en de wind.

Op deze ondiepe vlaktes vind je nauwelijks begroeiing. Langs de kusten van de eilanden en het vaste land vind je die wel. De kweldergebieden zijn begroeid met planten die goed tegen overstroming met zout water kunnen. De diepere delen van de Waddenzee vallen nooit droog. Sommige van deze geulen bestaan uit scherpe richels met diepe valleien. Ook is er een plek waar zoveel getij is dat er geen barrière-eilanden kunnen ontstaan. Dit is de Duitse Bocht, een echte bocht in de kust, waar het grootste getijdenverschil in het hele gebied te vinden is: 4 meter. Hier ligt ook de monding van de rivier de Elbe. In de Jadebussen ligt een moerasachtig gebied. Hier drijven losgeslagen stukken veen op het zeewater. Dit gebied is vaak geteisterd geweest door zware stormen.

Ook op het land grenzend aan de Waddenzee speelde dynamiek een grote rol. Inmiddels zijn op veel plaatsen dijken gebouwd om de krachten van de natuur in te dammen. Maar op sommige plekken kunnen de natuurkrachten ook op het land nog steeds hun werk doen. Langs de Jadebussen kust en vlakbij Cuxhaven-Sahlenburg bestaan zanderige kliffen, geestkliffen genoemd, die overblijfsels zijn uit de één na laatste ijstijd. Veel kusten in de wereld bestaan uit hoogland dat grenst aan de zee. Maar in de Waddenzee heb je juist meestal geleidelijke overgangen. Dit is goed te zien tijdens laagwater, wanneer het land overloopt in de drooggevallen zeebodem.

In de kustzone op de waddeneilanden Ameland en Spiekeroog vind je duingebieden waar zeewater tijdens storm of bij een extra hoge waterstand, overheen spoelt. Bij deze zogenaamde washovers mag het water het land op, anders zou er duinafslag plaatsvinden. Het zand verspreidt zich dan waaiervormig over de erachter liggende kwelder. De onbewoonde eilanden en sommige natuurlijke delen van de bewoonde eilanden, zoals kwelders, stranden, duingebieden en strandvlaktes, kunnen zich zo op een natuurlijke manier vormen. De onbewoonde eilanden Rottumeroog en Rottermerplaat (in Nederland), Kachelotplate en Mellum (in Nedersaksen) en Trischen, de Außensände en sommigen van de moeraseilanden de Halligen (in Sleeswijk-Holstein) zijn daar voorbeelden van.