Een plek voor iedereen

In de Waddenzee vind je een grote hoeveelheid aan bijzondere leefgebieden. Natuurkrachten hebben er duidelijk invloed op waar welke soort kan leven. Gebieden stromen over waardoor landplanten en dieren in contact komen met zeewater. Het zeeleven krijgt juist weer te maken met de grote uitersten van het landklimaat, zoals hoge temperaturen of vorst, regenbuien met zoet water en lange uitdroging. De leefgebieden in de Waddenzee vormen overgangsvormen tussen nat en droog, zoet en zout, hoog en laag en landaangroei en afslag.

De dieren en planten die hier leven moeten daar op berekend zijn. Zo sluit de alikruik bij laag water zijn slakkenhuis tot het water weer opgekomen is. Maar ook het water zelf verandert steeds. Waar rivieren ongehinderd in zee kunnen stromen vind je brakke gebieden. Wanneer er veel rivierwater wordt afgevoerd kunnen deze gebieden ineens zoet worden. Zeesterren kunnen hier niet zo goed tegen, die vind je dus niet zo gauw op deze plaatsen. Botten zijn platvissen die zich heel goed kunnen redden in water dat soms zout en soms zoet is. Zij voelen zich juist thuis in deze brakke gebieden.

Levende wezens kiezen de plek die het beste bij hen past. Maar dat wil niet zeggen dat ze weerloos zijn tegen de natuurlijke elementen. Sommigen kunnen hun leefomgeving zo veranderen dat ze er beter in kunnen leven. Andere planten en dieren profiteren daar weer van mee. Mosselen hechten zich aan elkaar en houden zich hiermee stevig op hun plaats. Zo zijn ze minder gevoelig voor stormen. Doordat ze slib vangen komen ze steeds hoger te liggen. Door de stevige, driedimensionale structuur ontstaat zo een leefomgeving voor steeds meer andere dieren en planten. Zo bouwen mosselen stevig mee aan hun eigen leefomgeving. Wadpieren doen precies het tegenovergestelde. Hun gewroet in de bodem zorgt er voor dat de waddenzeebodem steeds in beweging is. De zandige bodem blijft zo zandig en verandert niet in een glimmende slibvlakte.

Maar ook planten kunnen er in de Waddenzee wat van. Kwelders groeien letterlijk uit de zee, doordat de dichte plantenbegroeiing vaste deeltjes uit het water zeeft tijdens hoogwater. Omdat de golven steeds weer stukken van de kwelderrand afslaan, vernieuwt de Waddenzee zich keer op keer.