Menu

Trek- en broedvogels

Het Werelderfgoed Waddenzee is van uitzonderlijk belang voor vogels. De vogels genieten hier van een enorme voedselrijkdom. Ook ontbreken op sommige eilanden en hoge zandplaten zoogdieren als predatoren en is er nauwelijks menselijke verstoring. Bijna één miljoen bodembroedende vogels, afkomstig van 31 soorten, maken hiervan gebruik. Meer dan een kwart van de Europese populaties van de Euraziatische lepelaar, de kluut, de lachstern en de grote stern broeden in het Waddengebied.

Volgens de Ramsar-conventie is de Waddenzee essentieel voor het voortbestaan van minimaal 52 populaties van 41 trekkende watervogelsoorten die de Oost-Atlantische Flyway gebruiken. Bijna de hele populatie van de donkerbuikige rotgans en de hele Europese en West-Russische populatie van de bonte strandloper gebruiken bijvoorbeeld de Waddenzee gedurende bepaalde periodes van het jaar. Alleen híer vinden ze genoeg voedsel om hun duizenden kilometers lange reizen af te kunnen leggen.

Veel vogels gebruiken de Waddenzee alleen maar kort, andere gedurende enkele maanden om voldoende energie te tanken voor hun verdere trektocht. Andere soorten brengen de hele winter in het gebied door. Daardoor is het aantal vogels dat het gebied daadwerkelijk gebruikt (kan tot 12 miljoen oplopen) veel hoger dan het totale aantal dat op een bepaald moment aanwezig is. De Waddenzee is één van de belangrijkste locaties voor kustvogels in de hele wereld.

De trilaterale werkgroepen Joint Monitoring Group of Migratory Birds (JMMB) en Joint Monitoring Group of Breeding Birds (JMBB) bestaan uit nationale coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie van trilaterale vogeltellingen, voor de broedsuccesmonitoring, voor beoordelingen en rapportage. De resultaten van hun werk worden gepubliceerd in halfjaarlijkse trilaterale trendrapporten.


 

Waddenzee Flyway Initiative (WSFI) 

De aanwijzing als Werelderfgoed door de UNESCO is een erkenning van het cruciale belang en de verantwoordelijkheid die de Waddenzee voor het voortbestaan van trekvogels op wereldschaal heeft. Op verzoek van de UNESCO spant de Trilaterale Waddenzee Samenwerking (TWSC) zich in om de samenwerking met de UNESCO lidstaten langs de Afrikaans-Euraziatische Flyways op het gebied van beheer en onderzoeksactiviteiten te versterken. Deze landen spelen een belangrijke rol bij het behoud van de soorten die langs deze routes trekken. Het Waddenzee Flyway Initiative (WSFI) werd in 2012 gelanceerd om dit verzoek handen en voeten te geven.

Het Initiatief beoogt dat

"trekvogels blijvende en veilige rust- en fourageerplekken vinden langs de Oost-Atlantische trekroute, van de noordelijke broedgebieden naar hun belangrijkste tussenstop in de Waddenzee en naar de Afrikaanse kust, en dat het initiatief toekomstige generaties inspireert en bij elkaar brengt".

 

WSFI- activiteiten

De WSFI richt zich op capaciteitsopbouw en bevordert het monitoren van vogels langs de East Atlantic Flyway (EAF). Maatregelen omvatten regionale en lokale capaciteitsopbouw en trainingsworkshops, beheerplannen en educatief materiaal, maar ook concrete uitrusting zoals boten en vogelobservatiehutten. Daarmee zal het habitatbeheer en de bescherming van trekvogels langs de Afrikaans-Atlantische kust verbeterd worden. In de winters van 2014 en 2017 hebben de WSFI-partners een integrale telling van trekvogels langs de hele route met vergelijkbare sets van gegevens succesvol uitgevoerd. De resultaten geven een overzicht en een indicatie van de huidige stand van de Waddenzee trekvogel-populaties langs de EAF.

Samenwerking langs de Oost-Atlantische Flyway

De implementatie van de Flyway Visie kan alleen succesvol zijn met een sterk netwerk en in samenwerking met de al actieve partnerorganisaties langs de EAF. Daarom richtte het WSFI zich al vanaf begin op lokale, regionale, nationale en internationale partnerschappen, met name met Birdlife International, Wetlands International en de organisatie achter AEWA (Agreement on the Conservation of African-Eurasian Migratory Waterbirds). Maar ook de nationale ngo’s, natuurbeschermingsinstellingen, scholen en gemeenschappen zijn van het allergrootste belang voor een succesvol Flyway beheer. Met de belangrijkste trekvogelgebieden in West-Afrika zijn nauwe banden gesmeed: met het Werelderfgoed Banc d'Arguin (Memorandum of Understanding) in Mauritanië, en Bijagós in Guinee-Bissau.